Van Duijvenbode stunt als nummer 72, De Decker schrijft sprookje: de 5 grootste verrassingen ooit op de World Grand Prix

zaterdag, 26 september 2026 (16:11) - DartsNieuws.com

In dit artikel:

De World Grand Prix geldt als een van de onvoorspelbaarste dartstoernooien. Spelers moeten in elke leg eerst een dubbel raken voordat ze punten kunnen scoren en de wedstrijden worden in sets gespeeld. Daardoor kan een paar gemiste dubbels een favoriet direct in grote problemen brengen. De toernooigeschiedenis bevat dan ook meerdere opmerkelijke verrassingen.

In 2004 werd Phil Taylor al in de eerste ronde uitgeschakeld door debutant Andy Callaby. Taylor was de uitgesproken favoriet: hij had de eerste drie edities gewonnen en was ook in 2002 en 2003 kampioen geworden. Callaby won de eerste set en liep in de tweede set uit naar 2-0 in legs. Met Taylor op 120 punten gooide de Engelsman vervolgens een spectaculaire 145-finish via triple 20, triple 19 en dubbel 14. Daarmee bezorgde hij Taylor een van de grootste nederlagen uit diens carrière. Callaby zou later nog de kwartfinales van de UK Open halen, maar zich nooit plaatsen voor het PDC WK.

Drie jaar later ging Taylor opnieuw in de openingsronde onderuit tegen een debutant. Adrian Gray, destijds de nummer 44 van de wereld, vocht zich in 2007 terug nadat Taylor in de eerste set met 2-0 in legs had voorgestaan. Taylor miste in de beslissende leg een kans op de bullseye, waarna Gray de set pakte. De debutant bleef vervolgens sterk spelen, won de tweede set met 3-1 en versloeg de nummer één van de wereld met 2-0 in sets. Gray bereikte uiteindelijk de kwartfinales, het beste resultaat uit zijn loopbaan.

In 2020 zorgde Dirk van Duijvenbode voor een andere grote verrassing. De Nederlander was als nummer 72 van de wereld voor het eerst geplaatst voor de World Grand Prix, maar bereikte ondanks een moeizame start tegen Mensur Suljović de finale. Daarna versloeg hij onder anderen Dimitri van den Bergh, Gary Anderson en Simon Whitlock. Vooral zijn scorend vermogen en sterke spel op de dubbels vielen op. In de finale nam Gerwyn Price een 4-1-voorsprong in sets. Van Duijvenbode kwam nog terug tot 4-2 en leidde in de zevende set met 2-0 in legs, maar Price draaide de partij om en won met 5-2. De finale betekende wel de definitieve doorbraak van Van Duijvenbode op het hoogste niveau.

De editie van 2024 leverde twee uitzonderlijke verhalen op. Daryl Gurney schakelde in de eerste ronde zesvoudig kampioen Michael van Gerwen uit. Hoewel Van Gerwen in goede vorm verkeerde, kreeg hij geen grip op zijn dubbels. Gurney won alle zes legs en daarmee de wedstrijd met 2-0 in sets. Van Gerwen miste al zijn acht pogingen op een dubbel. Gurney verloor vervolgens wel van Joe Cullen.

De grootste stunt van dat jaar kwam van Mike De Decker. De Belg, de nummer 36 van de wereld, stond vooraf met een quotering van 100 tegen 1 niet als kanshebber voor de titel bekend. Hij versloeg achtereenvolgens Damon Heta, Gary Anderson en James Wade, waarbij hij in beslissende legs telkens koel bleef. In de halve finale won De Decker de Belgische confrontatie met Dimitri van den Bergh met 5-2.

In de finale tegen Luke Humphries, de nummer één van de wereld en titelverdediger, kwam De Decker eerst achter. Hij draaide de wedstrijd echter om en bouwde een 4-1-voorsprong op. Humphries vocht zich met onder meer finishes van 149 en 152 terug tot 4-4, maar De Decker bleef kalm en won uiteindelijk met 6-4. Daarmee pakte hij zijn eerste majortitel en steeg hij op de wereldranglijst van plaats 36 naar 25. Zijn koelbloedigheid op de dubbels bleek doorslaggevend in een toernooi waarin favorieten juist daarop vaak ten onder gingen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Tijjani Reijnders baalt van enorme misser: 'Iets te veel power...'