Majordroogte van Gerwyn Price duurt voort: speelt 'The Iceman' simpelweg in het verkeerde tijdperk?

donderdag, 8 oktober 2026 (06:56) - DartsNieuws.com

In dit artikel:

Gerwyn Price staat dit jaar al in drie majorfinales, maar wacht sinds zijn Grand Slam-titel van 2021 op een nieuwe hoofdprijs. In de finales van de World Grand Prix, de World Series of Darts en eerder dit jaar kon hij telkens sterk beginnen, maar uiteindelijk moest hij genoegen nemen met de tweede plaats. Tegen Luke Humphries gaf Price vorige week een 3-0-voorsprong in sets uit handen; Humphries won de finale met 6-4.

Toch wijzen de cijfers erop dat Price nog altijd goed genoeg is om majors te winnen. In 2026 staat de Welshman derde op het gebied van algemene gemiddelden en behoort hij al jaren tot de statistisch beste spelers. Zijn gemiddelde ligt dit jaar rond 99, zijn score in de eerste negen pijlen boven 107 en zijn finishpercentage op 43,3 procent. Daarmee presteert hij op onderdelen beter dan of vergelijkbaar met spelers die de afgelopen jaren wel grote titels wonnen, zoals Ritchie Edhouse, Mike De Decker en Andrew Gilding.

Een vergelijking met de periode 2015-2017 laat zien dat Price toen waarschijnlijk tot de belangrijkste uitdagers zou hebben behoord. Met zijn huidige gemiddelde zou hij in die jaren ongeveer vijfde zijn geweest, dicht bij Gary Anderson en Rob Cross. Op het gebied van scoren zou hij eveneens in de top zes hebben gestaan en bij het finishen derde. In een tijdperk waarin Michael van Gerwen en Phil Taylor samen 21 van de 28 televisiemajors wonnen, waren de kansen echter beperkt. De analyse suggereert dat Price theoretisch drie titels had kunnen pakken: de World Grand Prix van 2015 en 2017 en de Champions League van 2017. Daarmee zou hij nu mogelijk tien majors hebben gewonnen in plaats van zeven.

De cijfers verklaren echter niet waarom Price zijn kansen niet omzet in trofeeën. Hij is opvallend consistent, maar zijn prestaties bewegen de laatste twee jaar nauwelijks. Dat helpt hem om ver te komen, maar kan in lange wedstrijden ook een beperking worden: wanneer tegenstanders een versnelling hoger schakelen, blijft Price vaak rond zijn normale niveau hangen.

Dat patroon was duidelijk tegen Humphries. Price gooide in de eerste drie sets uitzonderlijk sterk, met een omgerekend gemiddelde van ruim boven 115, maar zakte daarna terug naar ongeveer zijn gebruikelijke niveau. Humphries reageerde met drie sets boven de 100 en won zes van de laatste zeven sets. Ook tegen Ross Smith in de World Series of Darts-finale kreeg Price een lange reeks legs tegen zich. Daar leek hij bovendien de strijd op te geven, waardoor Smith de titel relatief eenvoudig kon veiligstellen.

Tegen Luke Littler is de situatie anders. In de finale van de World Matchplay stond Price drie sets voor en speelde hij op topniveau, maar Littler won vervolgens zes sets op rij. Dat hoeft geen bewijs van een zwakte bij Price te zijn; het onderstreept vooral hoe uitzonderlijk Littler momenteel presteert. Ook Humphries blijft zich ontwikkelen, waardoor Price op 41-jarige leeftijd steeds minder tijd heeft om zijn statistisch sterke periode te benutten.

De conclusie is daarom dubbel. Price speelt waarschijnlijk niet simpelweg in het verkeerde tijdperk: ook mentale weerbaarheid, wedstrijdverloop en het vermogen om onder druk terug te slaan bepalen het resultaat. Zijn gemiddelden tonen aan dat hij de kwaliteit bezit, maar finales laten zien dat hij die niet altijd vasthoudt wanneer een tegenstander reageert. Het European Championship later deze maand wordt een belangrijke test. Als Littler en Humphries in de andere helft van het schema belanden, geven Prices cijfers hem een serieuze kans op de titel. Of hij die kans ditmaal wel benut, zal vooral afhangen van wat hij doet wanneer de wedstrijd dreigt weg te glippen.

BEKIJK OOK:

Vandaag Inside: Dave Maasland en Dilan Yeşilgöz staan (letterlijk) lijnrecht tegenover elkaar In de Wandelgangen!