Dubbels maken het verschil: dit zijn de vijf beste finishpercentages van World Grand Prix-kampioenen
In dit artikel:
De World Grand Prix vraagt uitzonderlijk veel van spelers op de dubbels. In het dubbel-in-dubbel-uit-format moet iedere leg met een dubbel worden geopend en ook met een dubbel eindigen. Gemiste openingsdubbels kosten daardoor niet alleen een kans om te scoren, maar drukken ook meteen het gemiddelde. Een sterke score is belangrijk, maar efficiënt finishen bepaalt vaak de wedstrijd.
In de 27-jarige geschiedenis van het toernooi haalden de vijf kampioenen met het hoogste finishpercentage allemaal meer dan vijftig procent. Jonny Clayton voert de lijst aan met 55,70 procent tijdens zijn titelrun in 2021. Hij raakte zestig van zijn 116 dubbelpogingen en had ondanks slechts vier 180-scores genoeg aan constante precisie. Zijn beste ronde was de kwartfinale tegen Krzysztof Ratajski, waarin hij 68,42 procent van zijn kansen benutte. In de finale tegen Gerwyn Price was Clayton minder scherp, maar zijn 44,74 procent tegenover Price’ veertig procent volstond voor een 5-1-zege.
James Wade staat tweede met 53,85 procent in 2010. Hij had met een toernooigemiddelde van 88,81 en slechts drie 180-scores geen indrukwekkende scoringsweek, maar raakte op beslissende momenten wel de juiste dubbels. Tegen Colin Osborne finishte hij 78,57 procent en in de finale tegen Adrian Lewis was het verschil op de dubbels groot: 51,22 tegenover 37,50 procent. Wade won met 6-3.
Phil Taylor noteerde in 2008 53,04 procent en combineerde dat met een uitzonderlijk gemiddelde van 97,81. Hij verloor slechts drie sets en domineerde onder meer Andy Hamilton, tegen wie hij 68,42 procent van zijn dubbels raakte. In de finale versloeg hij Raymond van Barneveld met 6-2. Michael van Gerwen kwam in 2018 tot 52,73 procent en koppelde dat aan een first-nine average van 114,27. Zijn scoringskracht compenseerde een lager dubbelpercentage in de halve finale en finale; toch versloeg hij Peter Wright met 5-2.
Robert Thornton completeert de top vijf met 50,11 procent in 2015. Zijn gemiddelde van 90,79 en first-nine average van 107,24 hielpen hem wanneer de dubbels minder liepen. In de finale tegen Van Gerwen was zijn dubbelpercentage ruim dertien procent beter, terwijl Van Gerwen 42 kansen miste. Thornton won daardoor zijn derde en laatste PDC-major. De vijf titelruns tonen gezamenlijk aan dat in de World Grand Prix vooral de speler die op cruciale momenten dubbels raakt, de beste kansen op de titel heeft.
Vandaag Inside: Tijjani Reijnders baalt van enorme misser: 'Iets te veel power...'